Wettelijke onderschepping

 

Betrokken ondernemingen

De ondernemingen die onderworpen zijn aan verplichtingen ter zake zijn niet alleen de operatoren in de zin van , gelet op de operationele behoeften van de bevoegde autoriteiten, en in het bijzonder van de gerechtelijke autoriteiten en van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.  Elke wettelijke bepaling moet afzonderlijk worden onderzocht om het persoonlijke toepassingsgebied ervan te bepalen.  Het BIPT spreekt zich niet uit over het toepassingsgebied van het Wetboek van Strafvordering, noch van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst.

Verplichtingen

(verder de telecomwet) bevat principiële verplichtingen voor de aanbieders van private elektronische communicatienetwerken of elektronische-communicatiediensten die niet openbaar zijn, aanbieders die geen operator zijn in de betekenis van de telecomwet.  Tot op heden is dat artikel evenwel niet uitgevoerd.

Vanuit het oogpunt van het BIPT zijn de voornaamste verplichtingen van de operatoren inzake wettelijke onderschepping de volgende:

  • de identificatie van hun klanten, inclusief als ze gebruikmaken van een voorafbetaalde kaart (zie FAQ’s over dat onderwerp op deze site);
  • de bewaring van de identificatiegegevens en van de verkeers- en locatiegegevens;
  • de verstrekking, op basis van requisitoirs, van gegevens aan de bevoegde autoriteiten en deelname aan het informaticaproject van de NTSU-CTIF voor de centralisatie en automatisering van de vragen en van de antwoorden (“Tank”); 
  • de levering aan het BIPT van statistieken over de aanvragen van deze autoriteiten met betrekking tot de gegevens die krachtens artikel 126 van de telecomwet worden bewaard;
  • de oprichting van de coördinatiecel, die tot doel heeft de levering door de operator van gegevens aan de autoriteit die ze verlangt, te vergemakkelijken.


Het BIPT heeft een website tot stand gebracht (zie rubriek “melding van incidenten en praktische informatie”) om de toegang voor de bevoegde autoriteiten tot de contactgegevens van de leden van de coördinatiecel te vergemakkelijken.

Controle en sanctie

Het BIPT is belast met de controle van de naleving van de wetgeving (zie wettelijk kader), met uitzondering van het Wetboek van Strafvordering en van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst.

Aangezien de bepalingen die door het BIPT worden gecontroleerd, strafrechtelijk worden bestraft, zullen de inbreuken op deze wetgeving in principe worden vastgesteld door de officieren van gerechtelijke politie van het BIPT en zal de inbreukprocedure worden toegepast hetzij door de Raad van het BIPT, hetzij door de procureur des Konings.

Wettelijk kader

1. Wat betreft de identificatie door de operatoren van hun eindgebruikers:  

a. b. ; artikel 19 van dat koninklijk besluit is uitgevoerd door  en (zie rubriek “wettelijke onderschepping” in)

2. Wat betreft de bewaring van identificatiegegevens en van metadata door de operatoren:

a. b. c.

3. Wat betreft de medewerking van de operatoren met de gerechtelijke autoriteiten en met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten:

a. b. c. d.